De grenzen van het ouderlijk gezag: het belang van het kind.

Niet echt Zeeuws, maar toch relevant voor mijn blog. Het familierecht is namelijk toch een beetje een deel van mij dus de rechtspraak volg ik, ook nu, tijdens mijn verlof. 

In de rechtspraak gaat het altijd om (de afweging van) belangen. In dit specifieke geval waarover de Hoge Raad zich heeft gebogen, gaat het om het belang van een kind om te weten waar hij vandaan komt (lees: wie zijn biologische vader is) enerzijds en het belang van de ouders om te bepalen wanneer zij hun kind deze informatie geven anderzijds.

Ter info: de zaak is oorspronkelijk door de biologische vader van het kind voor de rechter gebracht. Hij heeft in 2008 als bekende spermadonor de ouders (2 moeders) geholpen hun gezin te stichten. Tot 2010 was er omgang tussen deze man en het kind, maar die omgang is beëindigd en de man wilde het contact weer herstellen. In hoger beroep werd de man in het gelijk gesteld en bepaalde het gerechtshof dat de omgang na een jaar weer moest worden opgestart en dat de moeders het kind voordien moesten vertellen dat deze man zijn biologische vader is.

De moeders vinden – kort gezegd – dat een rechter niet mag bepalen wanneer zij deze informatie moeten geven, maar dat zij het recht hebben om zelf het moment te kiezen. 

In principe is dat ook zo, maar in dit geval pakt het iets anders uit. Het belang van het kind moet namelijk altijd voorop staan en de rechter moet dat onderzoeken. De omstandigheid, dat de rechter in dit geval heeft bepaald dat er weer omgang moet komen, heeft tot gevolg dat de rechter ook mag bepalen wanneer de ouders het kind inlichten over zijn afstamming. Het is namelijk in het belang van dit kind om te weten met wie hij nou eigenlijk omgang krijgt en waarom. En wel vóórdat de omgang wordt opgestart.  De moeders zullen zich hier dus bij moeten neerleggen. 

Goed om je te realiseren dat aan het ‘recht’ van het ouderlijk gezag ook grenzen zijn gesteld, nietwaar?

Schermafbeelding 2016-02-10 om 20.18.54

Geef een reactie